De lekkerste wijnen van Italië, een combinatie van de Franse- en Italiaanse keuken, geen massatoerisme, geen lange rijen en zeer betaalbaar. Vertel het niet door: Turijn is Noord Italië’s best kept secret!

Al sinds de Romeinse tijd is de stad een belangrijk bolwerk met controle over de bergpassen van de Alpen. En wanneer het huis van Savoie de stad in de 16e eeuw tot hoofdstad van hun hertogdom en later zelfs koninkrijk maakt, komt de stad helemaal tot bloei. De vele kerken, imposante pleinen, lange zuilengangen, parken, paleizen en gebouwen, veelal in Barokstijl, geven de stad allure.

Naast kunst en architectuur heeft het hof ook een voorliefde voor lekker eten en drinken. Veel regionale producten hebben hun wereldberoemde status mede aan Turijn te danken. Lavazza koffie, Nutella hazelnoot chocoladepasta, Grissini, witte truffel en natuurlijk Barolo wijn maken Turijn voor de culinair ingestelde reiziger tot de perfect escape.

Savoye Dynastie

Hoewel al in 28 v Chr. gesticht, krijgt Turijn pas echt de grandeur van een wereldstad tijdens de Savoye-dynastie.

Stamvader Umberto I werd in het jaar 1003, door Rudolf III van Bourgondië, benoemd tot de eerste graaf van Savoye. Door het huwelijk van zijn jongste zoon Otto met Adelheid van Susa (dochter van Manfred II van Turijn) werd het markgraafschap Turijn en de Piemontse gebieden verworven en de machtsbasis in het noordwesten van Italië verder uitgebreid. Het graafschap werd in 1388 uitgebreid met Nice, waardoor het toegang kreeg tot de handel op de Middellandse Zee en de controle over de toegangswegen tussen Frankrijk en Italië. In 1401 volgde Genève en in 1416 werd het graafschap Savoye tot hertogdom verheven.

In de eeuwen die volgen wordt Savoye regelmatig bezet door Franse, Spaanse en Oostenrijkse vorsten. Door de vele Franse invallen wordt de hoofdstad in 1563 van Chambéry naar Turijn verplaatst omdat Turijn beter te verdedigen is. Vanaf dat moment krijgt de stad de allure die bij een hoofdstad hoort. Paleizen, parken, pleinen, allemaal in de voor die periode kenmerkende barokstijl. Na de Spaanse Successieoorlog wordt in het verdrag van de Vrede van Utrecht (1714) het koninkrijk Sicilië aan het hertogdom toebedeeld. In 1720 wordt dit met Oostenrijk geruild voor Sardinië. Hierdoor verandert het hertogdom Savoye in het Koninkrijk Sardinië-Piemonte, met Vittorio Amedeo II als koning en Turijn als hoofdstad. Uiteraard wordt de stad verder verfraaid om deze koninklijke grandeur te onderstrepen.

Het huis Savoye speelde een belangrijke rol bij de eenwording van Italië. De risorgimento beweging (wederopstanding) met belangrijke namen als Cavour en Garibaldi had zijn wortels in Piemonte. Met militaire steun van Frankrijk veroverde het koninkrijk in 1859 de Noord Italiaanse staten (met uitzondering van Venetië). Als tegenprestatie kreeg Frankrijk de gebieden Savoye en Nice. In 1860 sloten de Centraal Italiaanse staten zich bij het koninkrijk aan en later dat jaar werden Sicilië en Zuid Italië veroverd. In 1861 werd Turijn de hoofdstad van het nieuwe koninkrijk Italië met Victor Emanuel II als koning. In 1866 sloot Venetië zich bij het koninkrijk aan en in 1870 werd met de verovering van Rome de Italiaanse eenwording bereikt. In dat jaar werd Rome de nieuwe hoofdstad. De Savoyes bleven koning van Italië tot in 1946 de monarchie werd afgeschaft.

Voorkant Palazzo Madama in barokstijl
Achterkant Palazzo Madama in kasteelstijl

Piazza Castello

Dit imposante plein is het hart van de stad. Niet alleen staan er veel belangrijke en historische gebouwen op en rond het plein, maar bovendien wordt het omringd door een indrukwekkende zuilengang uit verschillende perioden. Ook komen de belangrijke straten zoals de via Roma, via Po en de via Garibaldi op het plein uit.

Het meest in het oog springende gebouw is het Palazzo Madama. Op deze plaats stond in de Romeinse tijd een stadsmuur met poort (porta decumana). Van deze toegangspoort werd later een versterkte vesting gemaakt en in de 14e eeuw een kasteel. In de 15e eeuw kreeg het gebouw zijn huidige vierkante vorm met de 4 cilindervormige torens. Vanaf de achterkant is dit nog steeds goed te zien. In de 17e eeuw had het de functie van gastenverblijf totdat Christina Maria van Frankrijk, de vrouw van Victor Amadeus I, het Palazzo tot haar residentie maakte. Na zijn vroege dood nam zij het regentschap op zich, om de titel te behouden voor hun nog te jonge zoon, Karel Emanuel II. Voor hem liet zij aan de noordkant van het plein het Palazzo Reale bouwen met daarachter de Giardini Reali.

Ook haar schoondochter Marie Jeanne was lange tijd regentes, na de vroege dood van Karel Emanuel II. Zij wilde van het Palazzo Madama een modern paleis maken in de barokstijl. Alleen de voorkant heeft deze verbouwing ondergaan. Dit maakt het paleis tot een gebouw waar de verschillende tijdsperioden en toen geldende stijlen nog goed zichtbaar zijn. Een wandeling in en om het paleis is zeker de moeite waard (vergeet de toren niet voor een mooi uitzicht over de stad). In het paleis is het Museo Municipale d’Arte Antica gevestigd.

Andere historische gebouwen aan het plein zijn: het Palazzo della Giunta Regionale, Palazzo di Governo, l’Armeria Reale en la Biblioteca Reale.

Porta Palentina, een van de 4 toegangspoorten uit de Romeinse tijd
Zuilengallerij, Piazza Castello en Via Roma

Piazza San Giovanni

Het Piazza San Giovanni is een plein om even stil te staan en de omgeving in je op te nemen. Om te beginnen de Duoma San Giovanni Battista. In deze imposante kathedraal uit de 15 eeuw wordt de lijkwade van Jezus Christus bewaard, de linnen doek waar volgens de overlevering het lichaam in is gewikkeld na de kruisiging. Het gaat om een kopie op ware grootte, het origineel wordt niet tentoongesteld.

Iedere gerenommeerde stad heeft bij de kathedraal een Campanile. Zo ook Turijn. De 62,5 meter hoge klokkentoren is open voor publiek en biedt een mooi uitzicht over de stad en de achterliggende Alpen.

Iets verderop de Porta Palentina, één van de vier toegangspoorten uit de Romeinse tijd, met op de voorgrond een bronzen beeld van keizer Augustus. Ook een gedeelte van de stadsmuur is bewaard gebleven en biedt een mooi beeld van hoe de stad er in de beginjaren heeft uitgezien. Meer van deze periode kun je zien in het daarnaast gelegen Museo di Antichità, met in de tuinen de overblijfselen van het Romeins theater. Weer iets verderop de Galleria Sabauda. Hier wordt de kunstcollectie van het Huis van Savoye getoond, waaronder werken van bekende (inter)nationale schilders.

Quadrilatero Romano

Deze wijk in het centrum is de plek waar de Romeinen hun Castra Taurinorum bouwden. Het typisch Romeinse stratenplan met rechte straten en blokken is nog steeds terug te zien. De hoofdstraat (decumanus) met aan het eind de stadspoort Porta Decumani, heet tegenwoordig de via Garibaldi en is de belangrijkste autovrije winkelstraat. De stadspoort is geïntegreerd in het Palazzo Madama.

Tegenwoordig is de wijk nog steeds populair bij zowel de lokale bevolking als de toerist. In de smalle straatjes en de voetgangersgebieden van het historisch centrum is het prettig vertoeven. De gezellige pleinen en terrassen zoals Piazza Emanuele Filiberto, Piazza della Consolata en Via Palazzo di Citta zijn een prima plek om uit te rusten of om jezelf eens lekker te verwennen. De wijk staat bekend om de leuke restaurants en barretjes, waar je je tot laat in de avond kunt vermaken. Loop maar eens door de Via Sant’ Agostino en de omliggende straten!

Piazza San Carlo
Piazza Vittorio Veneto

Piazza San Carlo

Dit indrukwekkende plein wordt ook wel de woonkamer van Turijn genoemd. De luxueuze winkelstraat via Roma loopt er dwars doorheen en veel locals gebruiken het plein als er iets te vieren valt of gewoon voor koffie of een aperitief. In het midden van het plein staat het bronzen standbeeld van Emanuele Filiberto te paard en aan de zuidzijde staat in al haar glorie de tweelingkerk Santa Christina en San Carlo.

Neem een kijkje in het historische Caffè San Carlo of Caffè Torino en snuif de eeuwenoude geschiedenis op van alle beroemdheden die je zijn voorgegaan. Het adres voor chocolade en andere zoete lekkernijen is Confetteria Stratta.

Panorama Via Po

Via Po

De statige via Po loopt vanaf het Piazza Castello oostwaarts richting de rivier. Omdat dit gedeelte destijds buiten de stadsmuur viel, is het een relatief nieuwe straat. Bij de stadsuitbreiding rond 1700 werd de straat aangelegd en mocht alleen door de koninklijke familie worden gebruikt. De via Po heeft maar liefst 1250 meter aan zuilengangen; handig bij regen of felle zon en het geeft de straat ook aanzien.

De via Po komt uit op het in 1825 aangelegde Piazza Vittorio Veneto, dat met 360 bij 111 meter één van de grootste pleinen ter wereld is. De indrukwekkende zuilengang loopt ook hier helemaal rond en geeft een intiem gevoel aan het toch wel grote plein. Niet voor niets is dit de plek waar jong en trendy Turijn ’s avonds te vinden is.

De straat eindigt bij de brug over de rivier, het uitzicht echter niet. Vanaf de Vittorio Emanuele I brug heb je een schitterend uitzicht op de Chiesa della Gran Madre. De neoclassicistische kerk van de Heilige Moeder, die werd gebouwd ter ere van de terugkeer van Vittorio Emanuele I in 1814, na de overwinning op Napoleon.

Mole Antonelliana by night
Heerlijk eten en de beste wijnen bij Enoteca Vineria ”La Buta Stupa”

Mole Antonelliana

Dit monumentale gebouw is vernoemd naar zijn architect Antonelli. Oorspronkelijk bedoeld als een 47 meter hoge synagoge voor de nieuwe hoofdstad van Italië.  Met de bouw werd in 1863 begonnen, maar naarmate de plannen grootser werden en het budget flink werd overschreden, is de bouw in 1869 stopgezet. De stad Turijn nam het project 4 jaar later over, maar nu als monument ter ere van koning Victor Emanuelle II. Met zijn 167,5 meter hoogte is de Mole het hoogste monument van Italië.

Ook aan de binnenkant is het gebouw spectaculair. Het nationale filmmuseum is er gevestigd en met een glazen lift dwars door het museum kom je op het panoramadek, vanwaar je een fantastisch uitzicht hebt over de stad. Een absolute aanrader!

Castello del Valentino

Monte dei Cappuccini

Voor het mooiste uitzicht over de stad moet je op de Monte dei Cappuccini zijn. De wandeling is stijl, maar zeker de moeite waard. Bij helder weer zie je op het plein voor de Chiesa di Santa Maria del Monte, het historisch centrum van de stad, omringd door de vaak besneeuwde bergen van de Alpen. Vooral ’s avonds is dit een populaire plek, waar geliefden genieten van een romantische zonsondergang.

Naast de kerk ligt het Museo Nationale della Montagna. In dit museum, opgedragen aan ontdekkingsreiziger Prins Luigi di Savoia, spullen van zijn Noordpoolexpeditie en veel over bergbeklimmen.

Parco del Valentino

Met een oppervlakte van 550.000 vierkante meter is het Parco del Valentino het grootste park van de stad en een heerlijke plek om de drukte te ontlopen. Het park ligt langs de rivier de Po en heeft als belangrijkste trekpleister het 17e eeuwse Castello del Valentino, de verblijfplaats van Marie Christine.

Een topattractie is het Borgo Medioevale. Een nagebouwde middeleeuwse stad, met huizen typerend voor Piemonte in de 15e eeuw. Natuurlijk mag daarbij een kasteel (Rocca) niet ontbreken. Verder aan winkels, pleintjes, terrasjes, cafés en restaurants geen gebrek. In de zomer is het tot in de late uurtjes gezellig druk.

Andere bezienswaardigheden tijdens een wandeling door het park: De Fontana dei Mesi, de Orto Botanico en de Giardino Roccioso.

Mercato Porta Palazzo op zaterdagochtend
De lekkerste vleeswaren op Mercato Porta Palazzo

Mercato Porta Palazzo

Het enorme plein Piazza della Repubblica is de thuisbasis van de grootste openluchtmarkt van Europa, de Mercato Porta Palazzo. Op deze markt vind je alle lekkernijen, waar Piemonte om bekend staat. Groente, fruit, vleeswaren, kruiden, koffie, brood, chocolade, kazen, vis, wild, allemaal netjes uitgestald in de vele kraampjes buiten en binnen. Vroeg in de morgen is het al een enorme drukte van vooral de lokale bevolking. Go where the locals go is hier echt van toepassing. Als je van lekkere-, verse- en lokale producten houdt voor een veel te lage prijs, dan mag je deze markt zeker niet overslaan.

Voor wie van antiek en curiosa houdt, is er op de 2e zondag van de maand vlooienmarkt: de Gran Balôn. Deze markt bevindt zich achter de mercato in de corso Giulio Cesare.

Slow Food

In de jaren 80 van de vorige eeuw is in Piemonte de slowfoodbeweging ontstaan als tegenhanger van de steeds populairder wordende fastfoodindustrie. Dit betekent: regionaal geproduceerd voedsel promoten met respect voor natuur, dier en milieu. Samengevat in 3 kernwaarden: good, clean and fair. De beweging heeft als symbool de slak.

De slowfoodbeweging is inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie met duizenden projecten in meer dan 160 landen. Een belangrijk evenement, dat elke twee jaar in Turijn wordt gehouden, is de Salone del Gusto. Dit meerdaagse festival presenteert al het goede van slowfood inclusief wijn.

Uitzicht over Turijn vanaf Monte dei Cappuccini
’s avonds nagenieten op Piazza Vittorio Veneto

Eataly

De naam is ontstaan uit de samenvoeging van de Engelse woorden eat en Italy. De eerste winkel van deze inmiddels internationale keten is in 2007 in Turijn geopend met als doel de beste Italiaanse ambachtelijke producten aan te bieden aan een zo breed mogelijk publiek. Het liefst direct van de producent. Termen als duurzaamheid en verantwoordelijkheid staan hierbij hoog in het vaandel. In de winkels kunnen veel van deze producten (inclusief wijn) direct worden gekocht, maar er zijn ook restaurants om er lekker van te genieten.

De regionale keuken

De piemontse keuken staat bekend om zijn streekgerechten. De herfst is het moment voor de locals om te oogsten. Wild, rundvlees, truffels, wilde paddenstoelen, kaas en wijn is dan in overvloed aanwezig.

Truffel

De trots van Piemonte is de truffel en dan vooral de witte truffel. Een truffel is een bolvormige paddenstoel, die onder de grond groeit. En dan alleen in kalkrijke gronden op de wortels van vooral eiken, kastanjes en hazelaars. Als ze rijp zijn geven ze een sterke geur af. Speciaal hiervoor getrainde honden worden gebruikt om de rijpe truffels op te sporen, waarna de jager ze kan uitgraven. De truffel verliest na de oogst snel aan geur en smaak en kan dus het beste binnen een paar dagen worden geconsumeerd. Het seizoen voor de witte truffel loopt van september t/m januari.

De zwarte truffel is minder aromatisch en wordt vaak in gerechten nog even verhit voor meer smaak. Deze is onder verschillende (seizoens) namen nagenoeg het hele jaar verkrijgbaar. De witte truffel heeft al zoveel geur en smaak van zichzelf dat deze vaak rauw over het gerecht wordt geraspt.

Italië en dan vooral omgeving Alba staat met Frankrijk het meest bekend als truffelland, maar truffels komen over de hele wereld voor. Vaak is de kwaliteit (geur en smaak) elders wel stukken minder.

Witte truffel eten in Alba
Tajarin al Tartufo Bianco

Tajarin al Tartufo Bianco

Een klassiek truffelgerecht voor Piemonte is Tajarin al Tartufo Bianco.

Tajarin is een lange en dunne eierpasta, typisch voor Piemonte. Vooral vanwege het enorme aantal eierdooiers dat door de bloem gaat. Qua uiterlijk lijkt het op een dunne versie van tagliatelle. De gekookte tajarin wordt meestal gemengd met gesmolten boter en kan geserveerd worden met verschillende toppings zoals ragù, puccini, maar het allerlekkerste is de witte truffel.

Bagna Càuda

De piemontse versie van fondue, waarbij verschillende soorten rauwe en gekookte groenten worden gedipt in een warme saus. De saus bestaat uit knoflook, ansjovis, boter en olie. In de saus worden brood en allerlei groenten  zoals paprika, wortel, venkel, selderij en asperges gedoopt. Erg gezellig eten als het pannetje met de saus op een brander midden op tafel staat en iedereen lekker kan dippen.

Vitello tonnato

Bedacht in Piemonte, maar inmiddels in heel Italië en ver daarbuiten populair. Vitello tonnato is een gerecht bestaande uit dun gesneden plakjes kalfsvlees in een romige mayonaise-achtige saus, op smaak gebracht met tonijn. Het gerecht wordt koud of op kamertemperatuur geserveerd. Heerlijk als lunch op een warme dag met een lekker wijntje of als antipasto.

Brasato al Barolo

Als er één gerecht is waarbij wijn en spijs samenkomen, dan is het wel de Brasato al Barolo. Heerlijk gestoofd rundvlees in een saus van de koning van de wijn: de Barolo.

Chocolade in truffelvorm

Chocolade & Hazelnoot

De inwoners van Turijn zijn gek op alles wat met chocolade te maken heeft. Vandaar de bloeiende chocolade-industrie in de stad.

De cacaoboon – waarvan chocolade wordt gemaakt – komt oorspronkelijk uit Midden Amerika en o.a.bij de Maya’s en de Azteken werd al chocolade gedronken. De Spanjaarden hebben na de veroveringen van de Azteken de cacaoboon in Europa geïntroduceerd. De cacaoboon is altijd een luxeproduct geweest, alleen weggelegd voor de rijke adel. Naarmate de prijs van cacao daalde en de vaste vorm werd uitgevonden, werd chocolade een echt volksproduct. Ook in Turijn!

Tijdens de bezetting door Napoleon werd de handel tussen Engeland en de gebieden onder Franse invloed verboden en werd cacao een schaars product. Hierdoor ontstond in Turijn het idee de chocolade met de volop aanwezige  hazelnoot te mengen. De pasta die hieruit ontstond (met zo’n 30% gemalen hazelnoot) werd Gianduja genoemd, naar een karakter uit het Italiaanse Commedia dell’Arte. De rollen werden gespeeld door acteurs met een masker. Gianduja was het archetype dat stond voor Piemonte.

Giandujotti

Het bekendste chocolaatje van Turijn en omstreken, dat naast ieder kopje koffie ligt, is de Giandujotti. Het is gemaakt van de beroemde mix van cacao en hazelnoot en netjes individueel verpakt in een zilver- of goudfolie. De vorm lijkt op een omgeslagen bootje, maar verwijst naar de hoed van Giandula, het karakter uit de Commedia dell’Arte, waarnaar het chocolaatje is vernoemd.

Nutella

Wie kent de hazelnootpasta van Ferrero nou niet! Minder bekend is dat deze pasta in eerste instantie onder de naam “Supercrema Gianduja” op de markt kwam. De fabriek staat nog steeds in Alba, de plaats in Piemonte waar de broers Ferrero hun smeerbare broodbeleg van chocolade en hazelnoten bedachten.

terras Caffè Al Bicerin

Bicerin

Bicerin is een drankje, waar de twee grote liefdes van de inwoners van Turijn samenkomen: koffie en chocolade! Het drankje bestaat uit een laagje espresso, warme chocolade en volle melk(schuim). Belangrijkste detail is dat de verschillende laagjes tijdens de bereiding niet mogen mixen. De naam is een verwijzing naar het glas waarin het wordt geserveerd. Geen koffiekop, maar een glas zonder oor.

Speciale aandacht voor Caffè Al Bicerin. Dit kleine knusse koffiehuis met een grote geschiedenis ligt aan het Piazza della Consolata tegenover de kerk. Hoewel Bicerin is afgeleid van de Bavareisa, een al bestaande drank van chocolade en koffie, wordt de naam en de huidige receptuur van de drank toegeschreven aan dit caffè. Het is bij jong en oud zeer geliefd en gewaardeerd en zeker een bezoek waard.

Lavazza

Turijn is de geboorteplaats van het internationaal bekende en meest verkochte koffiemerk in Italië. Luigi Lavazza was de eerste koffiemaker, die van verschillende soorten koffiebonen uit verschillende gebieden een melange maakte, om een betere smaak te creëren. De winkel uit het oprichtingsjaar 1895 aan de Via San Tommaso 10 bestaat nog steeds. De perfecte plek dus om eens lekker uit te rusten onder het genot van het zwarte goud.

Kaasmarkt in Piemonte

Kaas

Piemonte heeft heerlijke regionale kazen, die je aantreft op de borrelplankjes bij een goed glas wijn.

Gorgonzola is een wat zachtere blauwschimmelkaas, gemaakt van volle koemelk. De kaas wordt in Piemonte en Lombardije gemaakt. Naast het borrelplankje wordt deze kaas ook in de keuken gebruikt voor pastasauzen, door de risotto en als topping op pizza.

Castelmagno is een (half)harde blauwschimmelkaas uit de provincie Cuneo, gemaakt van (rauwe) koemelk, aangevuld met een beetje geiten- of schapenmelk. De kaas kan jong gegeten worden en wordt krachtiger en scherper naarmate hij ouder wordt. De kaas wordt naast het borrelplankje ook gebruikt voor kaasfondue, bij gncochi en geserveerd bij carpaccio.

Grissini

Grissini zijn niet meer weg te denken van de Italiaanse eettafel. De dunne, langwerpige broodstengels – in Nederland ook wel soepstengels genoemd – werden eind 17e eeuw speciaal gemaakt voor Vittorio Amadeo II. Hij had een slechte spijsvertering en grissini zijn beter te verteren dan brood.

Hoewel de meeste grissini in bulk worden geproduceerd voor de supermarkt is Turijn de stad waar bij de bakker verse grissini nog volop op originele wijze worden gemaakt. Smaakvol, knapperig en hoe beter de kwaliteit van het deeg, deste langer de grissini kan worden. Exemplaren van 70cm zijn geen uitzondering.

Ook bij wijnproeverijen zijn grissini zeer geliefd. Het neutraliseert de smaak in de mond, waardoor je weer objectief de volgende wijn kunt proeven.

Vermouth & Aperitivo

Vermouth is een met alcohol versterkte wijn, waaraan aromatische kruiden en specerijen zijn toegevoegd voor geur en smaak. Dit soort drankjes bestonden al eeuwen in vele landen (meestal als medicijndrankje), maar werden pas echt populair in het midden van de 18e eeuw, toen in Turijn de moderne zoete Vermouth werd ontwikkeld.

De drank was meteen geliefd in heel Turijn. Zeker toen vermouth ook nog eens het belangrijkste bestandsdeel werd voor diverse populaire cocktails. De cafés waar de drank werd geschonken werden meteen hip en happening. Vermouth en de cocktails bleken ook nog eens de ideale drank om de eetlust op te wekken en zo werd vermouth synoniem aan het woord aperitief, dat is afgeleid van het Italiaanse woord “aprire” (openen)

Het aperitivo is in Turijn uitgegroeid tot een ware cultuur. Na het werk, lekker op het terras met een cocktail (bij voorkeur die van het huis), wijntje of spritz. Natuurlijk past daar een borrelhapje bij, maar populair in Turijn is een bordje opscheppen van een uitgebreid buffet met koude en warme hapjes. Vaak zijn deze inbegrepen bij de prijs van je drankje. Zo kun je de borrel en het eten combineren of een bodempje leggen voor het avondeten, want de meeste restaurants openen pas na 20.00 uur de deuren.

Wijn uit Piemonte

Piemonte staat bekend als de beste wijnstreek van Italië. De ligging aan de zuidelijke kant van de Alpen, de vruchtbare en mineraalrijke kalk- en kleigrond en het gematigde weer, zorgen voor ideale omstandigheden voor het maken van wijn.
Het grote aantal herkomstbenamingen maakt het wel een moeilijk te begrijpen regio. Het feit dat deze de provincies en de wijngebieden vaak geografisch overlappen, maakt het nog een stuk lastiger.
Een paar handvatten:
Italië is opgedeeld in 20 streken/ regio’s. Piemonte, met als hoofdstad Turijn, is daar één van.
De streek Piemonte is op zijn beurt weer opgedeeld in 8 provincies. Belangrijke provincies voor de productie van wijn zijn: Cuneo (met de steden Alba en Bra), Asti (met de steden Asti en Nizza) en Alessandria (met de steden Gavi en Casale Monferrato).
Daarnaast kent Piemonte ook landstreken, die andere grenzen aanhouden dan de provincies. Belangrijke landstreken voor de wijnbouw zijn: Langhe, Roero en Monferrato. Vooral Langhe, met de wijnen Barolo en Barbaresco, is wereldberoemd.

Ook de druiven spelen een grote rol in de naamgeving. De belangrijkste druiven in Piemonte zijn Moscato, Arneis, Favorita en Cortese voor witte wijn. Nebbiolo, Barbera en Dolcetto zijn favoriet voor rode wijn.

Hussel alle bovengenoemde landstreken, steden en druiven door elkaar en je hebt een verklaring voor het merendeel van de namen van de maar liefst 16 DOCG’s en 42 DOC’s die Piemonte rijk is.

Vinoteca Centro Storico, Serralunga d’Alba
terras Ristorante Moda, Monforte d’Alba

Roero Arneis

In Piemonte is de Arneis de meest spraakmakende druif voor witte wijn. Een elegante, frisse, fruitige wijn met niet teveel zuren. Perfect om zo te drinken of in combinatie met een licht gerecht. De wijn wordt jong gedronken, rijpen op hout komt nauwelijks voor. Arneis komt in de hele Langhe regio voor, maar vooral de wijn uit de Roero streek is populair. Niet voor niets heeft de Roero Arneis een DOCG status.

In dialect betekent de naam Arneis “kleine lastpak”. Een naam gegeven vanwege de lage opbrengst en de gevoeligheid voor ziektes. Een mooiere bijnaam is de “witte Barolo” of “kleine koning”. Deze naam heeft de wijn gekregen omdat – voordat Barolo vanaf begin 20e eeuw voor 100% van Nebbiolo werd gemaakt – een klein percentage Arneis aan de Barolo werd toegevoegd om de wijn zachter en toegankelijker te maken. Tegenwoordig gebeurt dit nog steeds bij rode wijnen uit Roero. En dat dit heerlijke rode  wijnen oplevert, blijkt wel uit het feit dat ook de rode Roero een DOCG status heeft.

Langhe Favorita

Favorita is een heerlijk frisse zomerwijn. Hij kan wat kouder gedronken worden, wat hem een perfecte wijn maakt voor op het terras. De wijn heeft een heerlijke, aromatische geur (peer) en een frisse, zachte fruitsmaak. De wijn wordt voornamelijk jong gedronken en door de rijping op roestvrij staal behoudt hij zijn frisheid en kruidige smaak. De druif komt in heel het Langhe gebied voor en is ook populair als tafeldruif.

Gavi

Gavi – officieel Cortese di Gavi – is zoals al uit de naam blijkt volledig van de Cortese druif gemaakt. Gavi is een droge witte wijn met een lichte citrus- en beetje ziltige mineraalsmaak. De wijn komt uit 11 gemeenten van de provincie Alessandria in het oosten van Piemonte, maar het leukste is natuurlijk een wijn uit de gemeente Gavi zelf. Al was het alleen maar vanwege de naam: een echte Gavi di Gavi!

Moscato d’Asti & Asti Spumante

Moscato d’Asti en Asti Spumante worden vaak in één adem genoemd, omdat beide wijnen van Moscato bianco worden gemaakt.

Ook het productieproces is grotendeels hetzelfde. Zodra het gewenste alcoholpercentage is bereikt, wordt de gisting van de wijn gestopt door de wijn te koelen. Hierdoor blijft er niet vergiste restsuiker over, wat de wijn haar natuurlijke zoete karakter geeft. Het hele proces vindt plaats in gesloten tanks, waardoor het koolzuur niet kan ontsnappen en er een licht bubbeltje ontstaat. Vanzelfsprekend zijn er ook verschillen.

Bij Moscato d’Asti wordt het gistingsproces al bij een alcoholpercentage van 5 à 6 procent gestopt. Hierdoor kan de fris-zoete, fruitige wijn prima tijdens de lunch worden gedronken zonder veel effect op de productiviteit voor de rest van de dag. Ook als digestief is de wijn populair. Lekker bij een dessert met ijs of een salade met vers fruit.

Bij Asti Spumante wordt de fermentatie bij een alcoholpercentage van 7 à 9 procent gestopt. De wijn is minder zoet en heeft vanwege een hoger koolzuurgehalte meer bubbels dan de Moscato d’Asti. De wijn zit hierdoor in een dikkere fles en om de kurk zit een musket.

Naar de wijn
Terrasje pakken in Alba

Dolcetto

Dolcetto is een makkelijke, droge rode wijn, die meestal jong wordt gedronken. Hij doet het goed bij pasta en pizza, waardoor het ook wel de wijn voor de gewone Italiaan wordt genoemd. De klassieke Dolcetto heeft geen houtrijping, waardoor de fruitige geur en smaak van bessen en cassis volop aanwezig is. Dolcetto heeft een minimum alcoholpercentage van 11,5%. De druif waarnaar de wijn is vernoemd, komt in heel Piemonte voor en meerdere steden en streken hebben een eigen DOC. Bekendste zijn Dolcetto d’Alba en Dolcetto d’Asti.

Naast de jonge Dolcetto is er ook een Dolcetto Superiore. Deze heeft een jaar op hout gerijpt en heeft een alcoholpercentage van minimaal 12,5 procent. De houtrijping geeft de wijn meer structuur en tannine. Omdat de druif makkelijk rijpt stond hij in Piemonte vaak letterlijk in de schaduw (op de noord- en oost helling) van de meer prominentere druiven als Barbera en Nebbiolo. De laatste jaren wordt de wijn echter weer in het zonnetje gezet op de beste stukken van de wijngaard. In de wijngebieden van Dogliani, Diano d’Alba en Ovada is de Dolcetto zelfs de belangrijkste druif. En deze aandacht komt de wijn ten goede. De Dolcetto Superiore uit deze gebieden heeft de afgelopen jaren een DOCG waardering gekregen.

Barbera

Barbera is de populairste wijn van Piemonte. Meer dan de helft van de wijngaarden is met deze druif aangeplant. Je kunt met de druif alle kanten op wat een verschillende stijlen wijn geeft.

Vanwege de hoge opbrengst die de druif kan geven, word hij vaak gebruikt om bulkwijn te produceren. Lichte, erg jonge wijnen, lekker als huiswijn in een karaf op het terras.

Maar de druif heeft veel meer potentie. Een lagere productie per hectare geeft kwalitatief betere druiven. Rijping op stalen vaten levert een fruitige wijn op met een hoge natuurlijke zuurgraad, weinig tannine en een dieprode kleur. Afhankelijk van het gebied waar de wijn wordt geproduceerd, wordt 100% Barbera gebruikt of tot 15% met andere druiven aangevuld.

De Barbera Superiore krijgt ook nog een houtrijping. Hierdoor wordt de wijn voller, zachter en krijgt hij meer kruidige tonen en vanille.

Bekende wijnen zijn Barbera d’Alba, Barbera d’Asti en Barbera Monferato.

Naar de wijn

Nebbiolo

De Nebbiolo is de meest gerenommeerde druif van Piemonte en eigenlijk van heel Italië. Van de druif wordt o.a. Barolo gemaakt, de koning van de wijn. De druiven hebben veel tijd en veel zon nodig om te rijpen. Ze worden relatief laat geoogst (eind oktober) als de eerste herfstmist ontstaat. Daaraan heeft de druif ook haar naam te danken (nebbia is het Italiaanse woord voor mist) en haar bijnaam de mistige. De druiven zijn relatief klein met een dunne schil, hebben een hoog zuurgehalte en veel tannine. Hierdoor is het belangrijk dat zowel de druif als later ook de wijn goed rijpt.

Bekende wijnen die van deze druif worden gemaakt zijn: Barolo, Barbaresco, Roero, Nebbiolo d’Alba en Langhe Nebbiolo.

Barolo

De Barolo is de trots van Piemonte. Vroeger was wijn uit Barolo een zoete wijn. Door verbeterde fermentatietechnieken lukte het halverwege de 19e eeuw een stevige volle rode wijn te maken, die zich kan meten met wijnen uit de Bordeaux en de Bourgogne. De wijn werd favoriet aan het hof in Turijn en daarom bekend als de koning van de wijn.

Het Barolo gebied ligt ten Zuidwesten van Alba onder de rivier de Tanaro. Het gebied bestaat uit 11 gemeenten, waaronder het dorpje Barolo. Barolo wordt voor 100% gemaakt van de Nebbiolodruif

Barolo is een stevige volle rode wijn met veel tannine, die zich het beste ontwikkelt gedurende een lange rijping. De minimale rijping bedraagt 38 maanden, waarvan 18 maanden op hout. Een echte bewaarwijn dus, die liefhebbers makkelijk nog eens 10 tot 20 jaar laten liggen.

Barolo riserva:

Voor de Barolo riserva zijn de regels nog scherper. Hiervoor geldt een minimale rijping van 62 maanden, waarvan 18 maanden op hout

Barbaresco

Net als Barolo wordt ook Barbaresco helemaal van de Nebbiolodruif gemaakt. Het wijngebied ligt ten Noordoosten van Alba onder de rivier de Tanaro. Omdat de grond iets vruchtbaarder is en het wijngebied iets lager ligt dan Barolo, rijpen de druiven sneller. Een rijpingsperiode van minimaal 24 maanden, waarvan 18 maanden op hout, volstaat. In vergelijking met Barolo is de wijn wat zachter van smaak.

Dat ook deze wijn absolute top is blijkt wel uit de titel koningin van de wijn.

Barbaresco riserva:

Voor de riserva geldt een minimale rijping van 48 maanden, waarvan 18 maanden op hout.

Roero

Eeuwenlang werden de grote rode wijnen uit Piemonte gemaakt van de Nebbiolodruif en een klein percentage Arneis om de hardheid van de druif en de tannines te verzachten. Deze toevoeging (maximaal 5%) vind je nu nog steeds bij de DOCG Roero. De zanderige bodem van het gebied zorgt voor minder harde tannines, waardoor de wijn sneller op dronk komt en minder lang hoeft te lageren. De rijpingsperiode is 20 maanden, waarvan minimaal 6 maanden op hout. Voor de Riserva is dit minimaal 32 maanden, waarvan 6 op hout.

Nebbiolo d’alba

Nebbiolo d’Alba komt van het gebied rondom de stad Alba. De wijn wordt van 100% Nebbiolo gemaakt. Voor de wijn geldt een minimale rijping van 12 maanden. Het rijpen op hout is geen vereiste. Het resultaat is een jonge, fruitige wijn voor een zacht(er) prijsje.

Voor Nebbiolo d’Alba superiore wordt een minimale rijping van 18 maanden aangehouden, waarvan 6 maanden op hout.

Langhe nebbiolo

Langhe nebbiolo wijn valt onder het grote Langhe DOC. Het bestaat uit 96 gemeenten van de provincie Cuneo. De regels zijn minder strikt. Zo moet minimaal 85% van de wijn uit Nebbiolo bestaan, eventueel aangevuld met andere rode druiven.

Omdat er geen minimale rijpingperiode is, mag de wijn al jong op de markt komen. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Onder dit herkomstgebied wordt ook wijn van 100% nebbiolo, met een lange rijpingsperiode verkocht.

Omdat de Langhe DOC ook alle bovenstaande Nebbiolo-herkomstgebieden omvat, wordt deze ook vaak gebruikt voor de 2e wijn van het huis, naast bijvoorbeeld Barolo of Barbaresco. Dit kan bijvoorbeeld voor wijn van nog jonge druivenstokken zijn, van minder goed gelegen percelen of voor wijn die men bewust minder lang laat rijpen om zo een goedkoper alternatief te bieden.

Naar de wijn
Azienda Luigi Pira, Serralunga d'Alba
wijnkelder in Langhe, Piemonte
Wijngebied Barolo
Fullscreen-Logo
Turijn

kaart is aan het laden - een ogenblik geduld aub...

Turijn 45.069305, 7.682104 Turijn