Overnachten in oude palazzi. Romantisch ronddobberen in oude gondels. Slenteren door nauwe steegjes. Wandelen over de mooiste bruggen. Struinen over marktpleintjes en smalle winkelstraten. Lunchen op de mooiste pleinen met uitzicht op eeuwenoude kerken en gebouwen. Dineren aan het water. En nergens een auto te bekennen. Ja, dat is Venetië op z’n best!

Voeg daar nog eens de verse producten van de Mercato di Rialto en de aangrenzende Pescheria aan toe, waarmee de trattoria en osteria de lekkerste antipasti, primi en secundi van de “cucina veneziana” bereiden. Probeer eens risotto (of pasta) al nero di seppia of fegato alla veneziana. Combineer al dit lekkers met een witte Soave of Lugana. Liever rood? Ga dan voor een Valpolicella of Amarone.

Sluit de avond af met een Recioto della Valpolicello met een kaasplankje en ruim voordat de ober je “il conto” heeft kunnen brengen, realiseer je je, dat een weekend Venetië veel te kort is.

Canal Grande

Een absolute must is een tocht over het Canal Grande met de vaporette of een gehuurde sloep. Op deze route door het hart van Venetië kom je ogen tekort. Het ene paleis is nog mooier dan het andere. Een rondvaart vertelt je in één keer de hele geschiedenis van Venetië, de handel en de doges. Niet voor niets staat het Canal Grande al eeuwenlang bekend als de mooiste straat ter wereld!

Heel romantisch is een tocht met de eeuwenoude traditionele zwarte gondel. Traag varen onder de lage bruggen van de vele smalle vertakkingen van het Canal Grande.

Het centrum van Venetië is verdeeld in 6 sestieri (wijken). Het woord komt van sesto (zesde). Elke sestiere heeft zijn eigen charme, geschiedenis, pleintjes, terrasjes, mooie doorkijkjes en lekkere restaurants. De rivier Canal Grande slingert dwars door Venetië en scheidt hierdoor de sestieri. Ten westen van de Canal Grande liggen de sestieri San Polo, Santa Croce en Dorsoduro. Ten oosten Cannaregio, San Marco en Castello.

San Polo en Santa Croce

Deze sestieri zijn zo met elkaar verweven dat ze meestal in één adem worden genoemd. Het gebied bij de Rialtobrug en markt is van oudsher het commerciële hart van de wijk. De markten, pleintjes, winkelstraten, restaurants en wijnbarretjes hebben een enorme aantrekkingskracht op iedereen die van lekker eten, drinken en gezelligheid houdt.

Ponte di Rialto: De Rialtobrug is het geografisch centrum van de stad. Tot de bouw van de Accademiabrug in 1884 was dit ook de enige mogelijkheid het Canal Grande lopend over te steken.

Mercato di Rialto: Venetianen kopen al eeuwenlang hun groente en fruit op de Erberia en hun verse vis, schaal- en schelpdieren op het Campo della Pescheria. ’s Ochtends vroeg worden de verse producten aangevoerd en in een gezellige drukte is het een komen en gaan van buurtbewoners, zichzelf respecterende chef-koks en in de weg lopende, fotograferende toeristen. Natuurlijk is er op de nabijgelegen pleintjes nog genoeg tijd om onder het genot van een hapje en een drankje even bij te kletsen. Aan het eind van de ochtend worden de eerste kraampjes alweer afgebroken; dus wees er vroeg bij!

Riva del Vin: De kade waar vroeger de wijn werd uitgeladen, is nu één van de weinige plekken aan het Canal Grande waar je kunt zitten voor een hapje en een drankje met daarbij een schitterend uitzicht op de Rialtobrug.

Campo San Giacomo dell’Orio: Een rustig, intiem plein met platanen rondom de gelijknamige kerk. Heerlijk om even bij te komen van de drukte van Venetië of voor een maaltijd in één van de restaurants. Ook de route vanaf de Rialtobrug naar het plein is vanwege de smalle straatjes en bruggen een aanrader.

Romantisch Venetië

Dorsoduro

Campo Santa Margherita: Een groot, levendig plein voor het “gewone volk” en ook populair bij studenten. Met veel terrassen, winkels, restaurantjes en kroegen, die tot in de late uurtjes openblijven.

Campo San Barnaba: Een knus plein aan de Rio San Barnaba. Met uitzicht op de Ponte dei Pugni (Brug der Vuisten), de fondamenta Gherardini met de daaraan gelegen groenteboot en de naar de apostel Barnabas genoemde kerk, die Indiana Jones liefhebbers wellicht herkennen uit “The last Crusade”. Hier vandaan is het een kleine wandeling naar de Fondamenta Zattere. Vooral de route langs de Rio di S. Trovaso is een aanrader vanwege de gondelwerf en de leuke Bacaro.

Fondamenta Zattere: Een brede boulevard aan de zuidkant van de sestiere met uitzicht op het eiland Guidecca. Met mooi weer is het hier heerlijk vertoeven op één van de vele terrasjes aan het water of op de houten vlotten op het water. Perfect voor een lekkere late lunch met een witte Lugana en een antipasto di frutti di mare.

Gallerie dell´Accademia: In de zalen van de Accademia zijn de meest schitterende werken van Venetiaanse- en Italiaanse meesters te bewonderen, waaronder Titiaan, Bellini, Tintoretto en Da Vinci. Neem vooral de tijd voor de schilderijen over het oude Venetië. Een aanrader!

Santa Maria della Salute: Deze Barokkerk is een bekend herkenningspunt aan het begin van het Canal Grande. De Salute werd in 1630 gebouwd om het eind van de pestepidemie te vieren en deze “uit te zwaaien”.

Punta della Dogana: Het voormalig douanekantoor waar vrachtschepen, die Venetië wilden binnenvaren, werden gecontroleerd. Bovenop de hoektoren dragen twee figuren een gouden wereldbol op hun schouders met daarop de Romeinse godin Fortuna. Het uitzicht is één van de mooiste van de stad. In een panorama zie je de exclusieve hotels aan het Canal Grande, het dogenpaleis, de Campanile van San Marco en de kerk en het klooster van San Giorgio Maggiore.

Cannaregio

Ruim een derde van de lokale bevolking woont in deze meest noordelijke sestiere. Een rustige, wat vervallen, authentieke wijk. De toeristen bevinden zich voornamelijk in het zuiden van de wijk, in de drukke winkelstraten op de route van het station naar de Rialto brug. Als je een ander Venetië wilt zien, wandel dan eens een middag door het noordelijke deel van de wijk.

Fondamenta della Sensa: De middelste van drie grote fondamente in het noordelijk deel van de sestiere. Kenmerkend voor dit gedeelte van de wijk zijn de smalle straatjes, afgewisseld met mooie brede fondamente met kleine kruidenierswinkeltjes, werkplaatsen en door locals gevulde barretjes. De Fondamenta della Sensa is het centrale middelpunt. Aan de westkant liggen de kades langs het canal di Cannaregio. Ook hier veel leuke restaurantjes aan het water.

Campo del Ghetto Nuovo: Het oudste getto ter wereld. Lange tijd het enige eiland in Venetië waar joden mochten wonen en waar ’s avonds de bruggen naar de rest van de stad gesloten werden. De joodse cultuur is nog steeds voelbaar.

Campo dei Mori: Gezellig historisch plein, op steenworp afstand van de mooie gotische kerk, de Madonna dell`Orto.

San Marco

Dit is de drukste en meest toeristische wijk van Venetië met als nummer 1- attractie het San Marcoplein. Vanaf de Rialtobrug, via de drukke winkelstraten beginnend met de naam Merceria, is een populaire route naar het plein. Hoe dichter je bij het San Marcoplein komt, deste exclusiever de winkels en de prijzen passen zich er automatisch bij aan.

Piazza San Marco: Vanwege haar schoonheid is dit het enige plein in Venetië dat Piazza mag heten. Met een schitterende zuilengang, de basiliek, het Dogepaleis en stijlvolle cafés een lust voor het oog. Letterlijk hoogtepunt van het plein is de Campanile, de toren met het mooiste uitzicht over de stad.

Palazzo Ducale: Het Dogepaleis was de residentie van de doge, de leider van de republiek Venetië. De heerschappij van de doges duurde van 697 tot 1797. Zowel van binnen als van buiten straalt het gebouw grote macht en rijkdom uit. De vele kunstwerken, de schilderijen en het bladgoud in het interieur weerspiegelen de roem van de republiek. In het paleis zijn verder raadkamers en bestuursruimtes te vinden, maar ook cellen en martelkamers.

Basilica di San Marco: De basiliek is misschien wel het meest gefotografeerde gebouw van het plein. En terecht, want je komt zowel binnen als buiten ogen tekort. De kathedraal was de privékapel van de doge. Pas na de val van de republiek Venetië werd de dogekapel ingewijd als kathedraal.

Ponte dei Sospiri: De Brug der Zuchten ligt tussen het Dogepaleis en de gevangenis. Veroordeelden zagen op deze brug voor het laatst het daglicht op weg naar de donkere kerkers. Beroemde gevangenen die deze route hebben gelopen zijn Giacomo Casanova en Galileo Galilei.

Campo Santo Stefano: Levendig, langgerekt plein met veel terrassen. De statige straatlantaarns zorgen samen met de verlichte ramen van de palazzi ook ’s avonds voor veel sfeer.

Campo San Bartolomeo: Na het San Marcoplein misschien wel het drukste plein van de stad. Het plein ligt op een steenworp afstand van de Rialtobrug en ligt op de populaire route naar het San Marcoplein. Het monument van de in Venetië geboren toneelschrijver en theaterhervormer Carlo Goldoni past prima op dit levendige plein, waar vooral ’s avonds een erg gezellige sfeer hangt.

Het is stil aan de overkant: Venetië kan door de drukte en de hitte soms wat teveel worden. Het nemen van een vaporette naar de eilanden San Giorgio en Guidecca ten zuiden van Dorseduro en San Marco is dan de “perfect escape”. Zeker niet te missen is de klokkentoren van de kerk San Giorgio Maggiore. Vanaf het uitkijkplatform heb je een schitterend zicht op het San Marcoplein, de mensenmassa, de palazzi en de kanalen.

Op Isola della Guidecca staan geen palazzi, maar eenvoudige arbeiderswoningen. Het is hier dan ook heerlijk rustig. Zelfs op de fondamenta is het minder druk. Een letterlijk niet te missen gebouw is Il Redentore. Deze verlosserskerk uit 1576 werd gebouwd om het einde van de pestepidemie te vieren.

Castello:

Deze grootste sestiere is vernoemd naar het 8ste-eeuwse fort dat vroeger op het eiland San Pietro stond. Het is de plek waar je de echte Venetiaan kunt ontmoeten omdat er maar weinig toeristen komen.

Campo San Zanipolo: Groot plein aan de noordkant van de sestiere. Aan het plein staat de beroemde dominicaanse kerk Santi Giovanni e Paolo, waar o.a. beroemde kunstenaars en 25 dogen begraven liggen. De enorme kerk is gebouwd tussen 1246 en 1430 met als doel de grootste kerk van Venetië te worden. De Venetianen hebben de kerk en het plein de koosnaam Zanipole gegeven, een samenvoeging van Giovanni en Paolo.

Riva degli Schiavoni: Deze statige brede promenade loopt vanaf de drukte van de vaporette-haltes aan het San Marcoplein – onder verschillende namen –  helemaal door naar het rustige schaduwrijke park in het oosten van Castello. Onderweg een schitterend uitzicht op het eiland San Giorgio Maggiore en de lagune. Het drukst is het op de ponte della Paglia. Gek genoeg niet voor de brug zelf, maar voor een foto van de achter het Dogepaleis gelegen Ponte dei Sospiri. Is de Riva iets te druk? Achter de kade zijn er genoeg rustige straten en pleinen.

Campo San Zaccaria: Rustig plein achter de Riva degli Schiavoni, met kleine winkeltjes en de mooie San Zaccaria kerk.

Campo Santa Maria Formosa: gemoedelijk plein met gezellige terrassen en marktkraampjes, omringd door mooie palazzi en winkels.

Arsenale: Het Arsenale is de oude scheepswerf, waar in vroeger tijden alle schepen voor de republiek Venetië werden gebouwd. Het enorme terrein is niet toegankelijk voor het publiek, maar zorgt door de ligging voor een natuurlijke grens tussen het toeristische Venetië van San Marco en het rustige oosten van Castello, waar de gewone Venetiaan leeft.

San Pietro di Castello: Deze kerk ligt helemaal in het oosten van de wijk op een apart eilandje. In de tijd van de dogen was het de kathedraal van Venetië en de zetel van de bisschop. Dat de kathedraal zo ver uit het centrum ligt, zegt veel over de machtige positie van de dogen in die tijd. In 1807, na de val van de republiek Venetië, verliest de kerk haar status als kathedraal aan de Basilica di San Marco.

Via Garibaldi: Brede winkelstraat in het oosten van Castello. Deze straat werd in 1808 door Napoleon aangelegd. Hij liet hiervoor een kanaal dempen. Via de mooie schaduwrijke Viale Garibaldi, loop je richting Giardini Pubblici voor meer ontspanning.

Italië algemeen

In Italië is het ontbijt (colazione) niet erg uitgebreid. Een espresso (’s ochtends café genoemd) of een cappuccino met een brioche volstaat.

Voor de lunch (pranzo) nemen de Italianen uitgebreid de tijd. Een pasta met een goed glas wijn of diverse antipasti is heel normaal.

De menukaart voor het diner vergt enige uitleg. Het traditionele menu is als volgt opgebouwd:

Aperitivo: Een appetizer, bedoeld om de eetlust op te wekken. Het gaat meestal om een drankje dat staande wordt gedronken. Bekende voorbeelden zijn prosecco en vermouth. De drankjes worden begeleid door borrelhapjes als olijven, chips, nootjes of kaas.

Antipasto: Antipasto betekent letterlijk vóór de maaltijd. Dit is dus het voorgerecht.

Primo piatto: De eerste gang bestaat meestal uit een zetmeelgerecht, zoals pasta, risotto, pizza of een gebonden soep. De porties zijn niet al te groot, waardoor er nog plek is voor een tweede gang.

Secondo piatto: De tweede gang bestaat meestal uit vlees of vis. Dit is dus het echte hoofdgerecht.

Contorno: De bijgerechten zoals salade, groente, aardappelen of frites.

Dolce e torte: Het (zoete) nagerecht. Per regio is er altijd wel een lokale specialiteit op de kaart. Favoriet in Italië (en ver erbuiten) zijn tiramisu, panna cotta en natuurlijk gelato.

Formaggi e frutta: Een andere manier om de maaltijd te verlengen is met een kaas- of vleesplankje. In combinatie met een lekkere dessertwijn kan het nog lekker lang gezellig blijven.

Caffè & Digestivo: De traditionele afsluiter. Een espresso is hierbij favoriet. Bekende digestieven zijn limoncello, grappa en amaro.

Zoals blijkt is de traditionele menukaart nogal uitgebreid. Er wordt dan ook niet verwacht, dat je altijd alle gangen neemt. Ook zit er geen volgorde in de menukaart. Een antipasto en een secondo combineren of meer zin in twee primi? Het kan allemaal.

Osteria, trattoria, ristorante. Is er verschil?

Oorspronkelijk was een osteria een pub of herberg, waar reizigers konden eten en slapen en waar de lokale bevolking voor ontspanning en gezelligheid bij elkaar kwam. De sfeer is informeel en laagdrempelig. Op het menu: lokale wijn met één simpele warme maaltijd voor een lage prijs.

De trattoria zijn traditioneel familie-restaurants. La mama in de keuken, de kinderen in de bediening en papa als sommelier en voor de rekening. Op de menukaart veel regionale gerechten, die met de seizoenen meegaan.

Een ristorante komt het dichtst in de buurt bij wat wij restaurant noemen. Goed geklede ober, tafellaken, professionele chefkok in de keuken en een uitgebreide menu- en wijnkaart.

Tegenwoordig worden bovenstaande termen door elkaar gebruikt en dat kan verwarrend werken. Vooral osteria en trattoria zijn erg populaire namen voor een restaurant. Een blik op de inrichting, de menukaart en de prijslijst zegt dan vaak meer dan de naam. Bekend voorbeeld is Osteria Francescana in Modena met 3 Michelinsterren en in 2016 en 2018 uitgeroepen tot beste restaurant door de ” World’s 50 Best Restaurants list”.

Bij een enoteca ligt de nadruk op het proeven van verschillende wijnen van lokale wijnmakers en het verkrijgen van meer informatie over deze wijnen. Oorspronkelijk werd hierbij geen eten geserveerd. De Italianen dronken hier een glas wijn en gingen daarna elders eten. Tegenwoordig kun je bij een enoteca meestal ook eten. Dit kan variëren van enkele kleine broodjes of hapjes tot een kleine menukaart. Uiteraard ontbreekt bij ieder gerecht de wijnsuggestie niet. Er zijn ook enoteche, vergelijkbaar met een wijnwinkel bij ons. Wijn kan dan alleen per fles worden gekocht om mee te nemen.

Speciaal aandacht voor de Bàcaro. Er zijn veel verhalen waar deze naam vandaan komt. Favoriet is die van een gondelier in Venetië, die een wijn zo goed vond dat hij schreeuwde: “Bon, bon! Questo xe proprio un ‘vin de bàcaro”. Een echte wijn van Bàcaro dus, verwijzend naar Bacchus, de Romeinse god van de wijn. De Venetiaanse term far bàcaro betekent dan ook een wijntje gaan drinken en waar kan dat beter dan op een plek, waar goede wijn wordt verkocht, de Bàcaro!

Een ander verhaal is die van de ombra, letterlijk schaduw. Op het San Marcoplein in Venetië werd wijn verkocht. Om te zorgen dat de wijn niet te warm werd, volgden de marktkooplui gedurende de dag de schaduw van de campanile op het plein. Hierdoor wordt het woord ombra ook gebruikt met als betekenis: wijn. Bij een Giro d’ombra gaan de Venetianen van bàcaro naar bàcaro om de beste wijn te drinken. Bij een goede wijn hoort ook een klein hapje, een cicchetto. Dit kan een schaaltje olijven zijn, wat vleeswaren of een klein broodje. Een grote groep kan natuurlijk ook een hele schaal vol cicchetti bestellen.

Campo della Pescheria, Mercato di Rialto
Mercato di Rialto, Erberia

La Cucina Veneziana

De Venetiaanse keuken heeft al eeuwenlang een bijzonder goede reputatie. Aan de ene kant de lokale ingrediënten van de plattelandskeuken van de regio Veneto (waarvan Venetië de hoofdstad is). Aan de andere kant de wereldse keuken uit de tijd van de Doges, toen de republiek Venetië nog het middelpunt van de internationale handel op de Middellandse Zee was. Oosterse kruiden en specerijen, rijst voor de risotto, koffie, thee en als echte kuststad natuurlijk alle vis, schaal- en schelpdieren, die de zee rijk is.

De typisch Venetiaanse klassiekers zijn dan ook in overvloed terug te vinden op de menukaart van de restaurants.

antipasto di frutti di mare

Vis, schaal- en schelpdieren zijn niet weg te denken uit de Venetiaanse keuken. Een heerlijk koud voorgerecht met een selectie van het beste dat de zee te bieden heeft, zoals garnalen, mousse van kabeljauw, inktvis, mosselen krab, etc.

Bij fritto misto di mare worden de zeevruchten licht gefrituurd. Geen dikke paneerlaag zoals in Nederland, maar een dun laagje bloem, waardoor de smaak behouden blijft.

Seppie alla Veneziana

Als je echt iets speciaals wilt proberen, bestel dan eens seppie alla veneziana. Dit is inktvis gegaard in eigen inkt. Op het eerste gezicht ziet het er door de zwarte kleur niet erg smakelijk uit, maar schijn bedriegt. De seppie kan zowel met pasta als risotto worden geserveerd.

Sarde in Soar

Een klassiek Venetiaans gerecht. De gebakken sardientjes worden koud geserveerd in een zoetzure saus, gemaakt van uien en wijnazijn, met pijnboompitten en rozijnen. Heerlijk als lunch.

Andere bekende visgerechten zijn: Coda di Rospo al forno (gebakken zeeduivel), Baccalà alla veneziana (gedroogde, gezouten kabeljauw) en Seppioline alla griglia (gebakken inktvis)

Seppie alla Veneziana en pasta pesto
Antipasto di frutti di mare

Bigoli in salsa

Veneto heeft haar eigen pasta, Bigoli. Dit is een iets dikkere volkoren spaghetti, traditioneel geserveerd in een salsa van ui en gezouten vis. Favoriet hiervoor is ansjovis, maar ook sardientjes worden gebruikt.

Fegato alla veneziana

Fegato alla veneziana is een gerecht dat ook ver buiten Venetië populair is. De hoofdingrediënten zijn plakjes kalfslever en ui, om en om geserveerd. Het zoete van de langzaam in witte wijn gekookte uien is een perfecte tegenhanger voor de sterke en licht bittere smaak van de kort gebakken kalfslever.

Risi e bisi

Een heerlijke risoto van rijst en kippenbouillon all’onda gekookt, waardoor het wat natter is en meer op een soep lijkt. Natuurlijk aangevuld met erwten (bisi), pancetta, ui en als finishing touch wat Parmezaanse kaas.

Prosecco

De Fransen hebben champagne, de Italianen prosecco. Beide lekkere mousserende wijnen, toch zijn er verschillen, waarvan het belangrijkste natuurlijk de druiven zijn. Voor prosecco wordt de druif Glera gebruikt, die ook wel Prosecco genoemd wordt.

Prosecco is een jonge, frisse, fruitige mousserende wijn. Iets zoeter dan champagne en daardoor wat toegankelijker.

  • Prosecco Spumante: De betere prosecco. Deze krijgt een tweede gisting, waardoor hij een hogere koolzuurdruk en wat meer mousse heeft. Je herkent de fles aan de kurk met metalen muselet.
  • Prosecco Frizzante: Deze fles herken je aan de kurk met het touwtje (spago) of de kroonkurk. De wijn krijgt geen tweede gisting, waardoor hij een lagere koolzuurdruk heeft.

Pinot Grigio

Eén van de bekendste wijnen van Italië is de pinot grigio. Van deze populaire druif wordt in veel landen wijn gemaakt, zoals pinot gris en grauburgunder.

Het terroir en het klimaat zorgen wel voor verschillen in smaak. De Pinot Grigio uit Veneto is vooral populair vanwege zijn frisse en kruidige citrus smaak met een licht zoetje. De wijn is een echte allemansvriend, die het vooral goed doet op warme dagen op het terras, omdat hij lekker koud geserveerd kan worden en prima past bij de Italiaanse borrelhapjes.

Naar de wijn

Soave

Het paradepaardje van de witte wijn in Veneto is de Soave. De wijn is vernoemd naar de gelijknamige stad ten oosten van Verona en hij wordt gemaakt van de Garnanega druif (minimaal 70%), eventueel aangevuld met Chardonay, Pinot bianco en Trebbiano.
Het is een volle, aromatische, maar toch frisse wijn. In zowel de geur als de smaak herken je perzik, meloen, sinaasappelschil en soms abrikoos en gekonfijt fruit.

Soave classico: Binnen het wijngebied Soave ligt een classico zone, het centrale en meest historische deel van het wijngebied. De wijngaarden uit deze zone liggen op de vulkanische heuvels in het Soave gebied. Hierdoor heeft de wijn meer complexiteit met veel mineralen. Wijnen uit deze zone dragen de naam Soave Classico en behoren tot de betere Soave wijnen.

Soave Superiore: Het Soave gebied kent twee classificaties: DOC en DOCG. Wijn met de DOCG classicifatie moet aan strengere eisen voldoen, waaronder een minimale rijping van 8 maanden. Wijn uit DOCG Soave mogen de naam Soave Superiore gebruiken.

Soave Superiore Riserva: Deze naam wordt gegeven aan een Soave Superiore met een minimale rijping van 24 maanden, waarvan minimaal 3 maanden op de fles.

Recioto di Soave

Uit het Soave gebied komt ook een zoete dessertwijn, de Recioto. Voor deze wijn wordt ook de Garnagega druif gebruikt, met dit verschil dat de druiven eerst worden gedroogd. De zoete wijn wordt vaak gedronken bij het dessert en is heerlijk bij een zoet toetje, taartje of cake.

Naar de wijn
Terras aan het Gardameer

Lugana

De witte Lugana wordt gemaakt van de druif Trebbiano di Lugana. Het is een krachtige, volle, frisse wijn met veel citrus-, gecombineerd met exotisch fruit en met een mooie balans. Heel lekker bij vis, maar ook top op het terras. De wijngaarden liggen op de grens van Lombardije en Veneto ten zuiden van het Gardameer, dus genoeg schitterende locaties om de wijn te drinken. En op de boot misstaat hij al helemaal niet.

Deze wijn is een nog vrij onbekende in het enorme aanbod van heerlijke wijnen uit Noord Italië, maar dat zal waarschijnlijk niet lang meer duren. Dus grijp snel je kans, voordat het grote publiek deze wijn ontdekt.

Naar de wijn
druivengroei volgens het aloude pergolasysteem

Bardolino

Bardolino is een lichte, makkelijk te drinken, fruitige rode wijn, vernoemd naar de gelijknamige stad op de oostelijke oever van het Gardameer. De druiven zijn gelijk aan die van de meer bekende buurman Valpolicella, namelijk Corvina Veronese, Rondinella en Molinara, met dit verschil dat er relatief minder Corvina Veronese en meer Rondinella wordt gebruikt. Hierdoor heeft de wijn minder body en een perfecte zuurgraad, wat hem een goede begeleider maakt bij pasta- en risottogerechten en zelfs bij vis.

Bardolino Superiore: Deze wijn heeft minimaal 12 maanden houtrijping gehad en heeft een hoger alcoholpercentage dan de gewone variant. Dit maakt hem over het algemeen iets complexer. Bardolino Superiore heeft een DOCG kwalificering.

Valpolicella

Valpolicella is de populairste rode wijn uit Veneto. De druiven die voor de wijn  gebruikt worden zijn Corvina Veronese, Rondinella en Molinara. De Corvina is de belangrijkste druif (60% tot 80%) en geeft de wijn body en structuur.

Valpolicella is er in verschillende kwaliteitsniveaus. Vruchtbare terroirs met een hoge productie per hectare zorgen vaak voor lichte bulkwijn. Lage productie, vaak uit de hoger gelegen, koudere gebieden geven betere tannines en leveren volle kwaliteitswijn op. Meestal is de prijs een goede indicator voor de kwaliteit.

Valpolicella: De standaard Valpolicella is een jonge, lichtrode, niet al te zware wijn, met een bittertje en lichte kersensmaak. De wijn is een prima begeleider van pasta maaltijden, pizza, risotto en zelfs van vis.

Valpolicella Classico: Dit is Valpolicella uit het het oorspronkelijke Valpolicella gebied, dat in het Noordwesten van het huidige Valpolicella gebied ligt. Door strengere eisen en een hogere ligging worden wijnen uit het classico gebied vaak hoger aangeschreven. Maar let op: een aantal van de beste huizen ligt juist meer in het oosten richting Soave. Dus proef zelf.

Valpolicella Superiore: Dit is Valpolicella (classico), die minimaal één jaar houtrijping heeft gehad en een minimaal alcoholpercentage van 12% heeft. Hiervoor zijn de betere druiven, die geschikt zijn voor langere rijping, gebruikt.

Valpolicella Ripasso (classico, superiore): Ripasso betekent letterlijk opnieuw passeren. De Valpolicella krijgt na de normale gisting een tweede gisting op de droesem van de Amarone wijn. Hierdoor krijgt de wijn meer kleur, geur, smaak en ook een hoger alcoholpercentage. Kortom een vollere wijn met meer karakter.

Door dit productieproces wordt Valpolicello Ripasso liefkozend ook wel baby amarone genoemd. Natuurlijk niet zo goed als de echte topwijn van Veneto, maar door de lagere prijs wel een aantrekkelijk alternatief.

Een andere methode om een betere kwaliteit Valpolicella te krijgen, is om bij de productie voor een deel gedroogde druiven te gebruiken.

Naar de wijn
Een wijngaard in Valpolicella

Amarone della Valpolicella

De Amarone della Valpolicella is de grote trots van de streek. De druiven komen altijd van de mooiste trossen van de beste wijngaarden. Ze worden zorgvuldig geselecteerd en met de hand geplukt zodat de druiven niet beschadigen.

Voordat er wijn van wordt gemaakt, worden de druiven gedroogd in donkere, goed geventileerde schuren. Door het drogen verliezen de druiven 25 tot 40% vocht, waardoor de concentratie van suiker, aroma- en smaakstoffen toeneemt. De hoeveelheid wijn neemt hierdoor natuurlijk ook flink af, waardoor Amarone geen goedkope wijn is.

Na het persen en de langzame gisting, laat men de Amarone verder rijpen op grote fusten of op kleinere barriques. De minimale rijpingsperiode is 2 jaar.

Het resultaat mag er zijn: een fruitige, droge, zware rode wijn, die lang bewaard kan worden en wordt beschouwd als één van de beste DOCG wijnen van Italië.

Het minimale alcoholpercentage is 14%, maar een alcoholpercentage van 15% en hoger komt ook voor.

riserva: Een Amarone riserva moet minimaal 4 jaar rijpen.

Naar de wijn
Gedroogde druiven voor de Amarone

Recioto della Valpolicella

Ook deze wijn is van gedroogde druiven gemaakt. In tegenstelling tot de Amarone wordt deze wijn in kleine fusten en bij een lage temperatuur bewaard. Hierdoor gist de wijn niet verder, waardoor de restsuikers bewaard blijven. Het resultaat, na een minimale rijping van 25 maanden, is een zoete dessertwijn met een alcoholpercentage van rond de 12%. Heerlijk om met een kaasplateau nog lang na te tafelen!

Naar de wijn
Fullscreen-Logo
Venetië

kaart is aan het laden - een ogenblik geduld aub...

Venetië 45.437939, 12.336574 Venetië